Een beter frame voor ‘nudging’

Nudging, wie heeft er nog niet van gehoord? Wat in 2008 begon met de bestseller ‘Nudge’ van Richard Thaler en Cass Sunstein, is inmiddels wereldwijd doorgedrongen in onderzoek en beleid. Er is aantoonbaar veel ‘winst’ geboekt door in te zetten op deze psychologische ‘duwtjes in de goede richting’. Ook steeds meer overheidsinstellingen raken geïnteresseerd. Maar met deze groeiende aandacht voor nudging groeit ook de discussie rondom het onderwerp: mag een overheid wel nudgen?

silhouettes-616913_640

Wat nou als jij andere dingen belangrijk vindt dan de dingen die ‘normaal’ zijn?

De vraag stellen is hem beantwoorden. Zeker als je nudgen vertaald als ‘een duwtje in de goede richting’, zoals Thaler en Sunstein doen. Want zeg nou zelf: niemand wil toch geduwd worden? Ook niet als het in de goede richting is. En bovendien: wie bepaalt dan wat goed is voor mij? Waar bemoeit de overheid zich mee?

Door de vraag zo te stellen, krijg je als vanzelf reacties als deze:

Het kan toch niet dat een overheid haar macht misbruikt om bepaald gedrag af te dwingen met psychologische trucs? Wie bepaalt wat goed is of gezond? En heeft de burger niet gewoon recht op zijn eigen keuzes, of die nou dom zijn of niet?Artikel op Trouw.nl

Deze begrijpelijke reactie is terug te vinden in dit artikel op Trouw.nl. En ondanks de goede bedoelingen van een overheid, is er aan soortgelijke reacties helaas geen gebrek. Zoals ook deze tweet:

Verkeerd frame
Ik ben geen fan van deze meest gebruikelijke definitie van nudging, ‘een duwtje in de goede richting’. Omdat het vaak onnodige discussies oplevert, probeer ik het woord ‘nudging’ te vermijden en het geheel op een andere manier te framen:

“Als overheid laten we de omgeving meer aansluiten bij de gezonde behoeften van de mensen.”

Waar nudging mijns inziens over gaat, is dat mensen conflicterende waarden en bijbehorende conflicterende behoeften kunnen hebben. Zo kan iemand gezondheid belangrijk vinden (geen sigaret opsteken) en het tegelijkertijd belangrijk vinden dat je moet genieten in het leven (wél een sigaret opsteken). Als overheid kies je er dan voor om het voor de mensen makkelijker te maken om gehoor te geven aan de behoefte die bijvoorbeeld gezond, duurzaam of veilig is.

Zodoende is het niet de overheid die bepaalt wat goed is, maar jij zelf. De behoefte was immers altijd al bij jou aanwezig. Alleen er ontstaan continu situaties waarin je behoefte in conflict is met een andere behoefte. Waar commerciële partijen je continu proberen te verleiden voor hun eigen portemonnee en daarbij een broertje dood hebben aan de aard van je behoefte en eventuele conflicterende behoeften, geldt dit natuurlijk niet voor de overheid. Dat de overheid ervoor kiest de omgeving aan te laten sluiten bij jouw gezonde (of duurzame of…) behoeften, is niet minder dan logisch. Als je het zo bekijkt is het juist raar als een overheid dat niet zou doen!

Tags: , , ,

Over de auteur

Niek Verlaan (1985) werkt als beleidsmedewerker bij Volksgezondheid en als projectmanager bij Mobiliteit, Gemeente Utrecht. Hij is breed geïnteresseerd en houdt ervan om conceptueel denken te vertalen naar de praktijk. Hij rondde de bachelors Mediatechnologie en Liberal Arts & Sciences af en voltooide in de zomer van 2013 de master Wijsbegeerte.

Antwoord Plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Top